In deze serie ‘Noabers van Rijssen-Holten’ laten we de inwoners van onze gemeente aan het woord. Wat betekent ‘buurtkracht’ voor jou? En wat doe je zelf aan ‘buurtkracht’?
Op maandag 18 augustus heeft René Hoveling (coördinator BuurtKracht) een interview gehad met Theo Hagedoorn. Theo heeft het woord gekregen van Johan Wiersma. Theo is voorzitter van de Sportraad Rijssen-Holten en daarnaast ook als voorzitter en chauffeur nauw betrokken buurtbus FlexRRReis.
Wie ben je en hoe lang ben je al inwoner van Rijssen-Holten?
Theo: ‘Ik woon sinds 1976 in Rijssen, maar ik ben van oorsprong geen Rijssenaar. Ik kom namelijk uit de gemeente Tubbergen, uit het kleine dorpje Langeveen, daar ben ik in 1953 geboren. Op een gegeven moment ben ik in militaire dienst gegaan, en in het leger heb ik wel wat ontdekkingen gedaan. Ik kreeg ook wat meer zelfvertrouwen en kwam bij de luchtmacht terecht. Door een sergeant-majoor ben ik op het spoor gezet van de politie. Daar ben ik mij vervolgens op gaan oriënteren en aansluitend ook gesolliciteerd. Ik werd aangenomen bij het Korps Rijkspolitie en toen ik klaar was met de opleiding was het de vraag waar ik zou worden geplaatst. En dat kon bij de Rijkspolitie door het hele land zijn. Er was echter een district wat ongeveer overeenkwam met de provincie Overijssel en daar hadden ze acht personen nodig. En op de dag van de verdeling waren 14 afgestudeerden die belangstelling voor dit gebied hadden. Uiteindelijk gingen er 14 briefjes in een pet, waarvan 8 met een kruisje en je raadt het al, ik trok er één met een kruisje.’
René: ‘Wel een mooi systeem, zo!’
Theo: ‘Ja, we hebben het over 1976, hè. En toen was nog niet bekend voor welke plaats dan, dus dan ga je je ook een beetje oriënteren. Maar dat werd wel door de Rijkspolitie besloten, en ik werd gebeld met de mededeling dat ik in Rijssen werd geplaatst. Zo ging dat toen. Er werd ook meteen gezorgd voor een woning, weliswaar een huurwoning, maar je hoefde er zelf niet achteraan. En vervolgens kom je als Langevener in Rijssen en dan zijn er wel grote verschillen. Sowieso moest ik het politievak nog in de praktijk verder leren, maar ook de kerkelijke aspecten die je in het werk tegenkwam, dat moest ik nog wel leren en dat werd je ook niet geleerd op de politieopleiding.’
René: ‘Langeveen is minder kerkelijk dan?’
Theo: ‘Langeveen is wel kerkelijk, maar vooral katholiek met een kleine protestante gemeente. Dus dat was wel een hele andere omgeving voor mij.’
René: ‘En hoe ben je daar dan mee omgegaan? Vooral met collega’s daar over gehad?’
Theo: ‘Ja, je hebt natuurlijk collega’s waar je ruggespraak en overleg mee hebt. Je bent meestal met z’n tweeën op pad en dat is soms spannend. Maar er is altijd een oplossing, en we zijn er ook altijd uitgekomen maar dat was voor mij wel lastig soms. Rijssen moest aan mij wennen en ik moest aan Rijssen wennen. In eerste instantie hadden we gezegd om de bindingstijd sowieso te blijven, en dat was vier jaar. Maar inmiddels is het 2025 en we zijn er nog! En we hebben inmiddels prima onze draai gevonden hier en mijn vrouw voelt zich ook helemaal thuis hier.’
René: ‘En vanaf wanneer ben je hier in de straat komen wonen?’
Theo: ‘We hebben eerst een paar jaar aan de Broedersdijk gewoond, daar hadden ze meteen een huurwoning voor ons. Daarna kwam deze woning vrij, dat waren ook huurwoningen in die tijd. En een paar jaar later hebben we het gekocht.’
René: ‘En is het een straat waar veel verloop is?’
Theo: ‘Nee, dat valt wel mee. In de loop der tijd is er natuurlijk wel wat verloop, toevallig het huis naast ons is net verkocht. En helaas zijn er ook nog wel wat bewoners op vrij jonge leeftijd overleden. Maar het is niet een straat waar echt veel doorloop is.’
Waar denk je aan bij het woord BuurtKracht?
Theo: ‘Volgens mij gaat het vooral over wat mensen voor elkaar betekenen, en het sociale aspect in de buurt. Dat kan in evenementen zitten, maar volgens mij is het ook belangrijk om in ‘het leven’ de buurt te vormen. En dat merk ik wel, terwijl ik echt niet dagelijks over de vloer kom bij iedereen, dat er ook een andere dimensie aan de buurt zit. Dat mensen vragen: “red je je wel?” of “moeten we helpen met schoonmaken ofzo?” En ongevraagd wordt er bijvoorbeeld eten gebracht. Dat vind ik wel belangrijk in een buurt, laat elkaar vrij maar als het nodig is, ben er dan ook voor een ander. Ik merk dat dit hier in de buurt wel goed functioneert.’
René: ‘Nu woon je hier ook al best lang in de gemeente, heb je daar in de loop der tijd ook dingen in zien veranderen of is dat altijd hetzelfde gebleven dat gevoel in de buurt?’
Theo: ‘Ik denk niet dat het aan verandering onderhevig is, maar het is ook hoe je er zelf mee bezig bent. Ik ben nu natuurlijk met pensioen, dan heb je wat meer tijd en dan gedraag je je richting de buurt natuurlijk ook anders. Ik was voor de buurt natuurlijk iemand die ’s ochtend van de oprit afreed en ’s avond wel weer een keer terug kwam. Dat maakt wel verschil, en over het werk wat ik deed bij de politie kan je inhoudelijk ook weinig delen. Natuurlijk wisten ze wel dat ik bij de politie zat, maar veel meer kan je er ook niet over delen.
Daarnaast ben ik ook wel andere dingen gaan doen, zoals het voorzitterschap bij zwemclub De Mors vanaf eind jaren 80. Ook zat ik in die jaren in de ouderraad van de Klimop-school, waar onze kinderen naar toe gingen. Dat was een ander terrein dan de sport. Tevens ben ik als bestuurslid van de toenmalige Don Boscomavo betrokken geweest bij de nieuwbouw en de fusie van wat nu Pius X is. Daar kijk ik toch ook wel met trots op terug, dat ik daar een bijdrage aan heb mogen leveren.’
René: ‘En die maatschappelijke betrokkenheid, want daarna ben je natuurlijk ook nog betrokken geraakt bij de Sportraad en het flexvervoer, waarom doe je dat of wat brengt jou dat?’
Theo: ‘Misschien moet je er ook wel een beetje gek voor zijn, maar het is op een of andere manier ook een betrokkenheid die in je zit. Ik doe het allemaal omdat ik het leuk vind en omdat het zinvol is. Maar het hoeft dan niet per se zoals ik wil. Uiteraard heb je een mening en heb je invloed, maar zo zit ik er niet in. Bij De Mors was het zo dat onze kinderen er lid waren, en er werd een beroep op me gedaan om mee te werken bij het secretariaat van de a-selectie. Na een aantal jaren kwam de vraag of ik voorzitter wilde worden, dat wordt dan gevraagd omdat ze denken dat je daar wel geschikt voor bent of het wel kunt, zeg het maar.’
‘De Sportraad kwam in 2001, in de tijd van de gemeentelijke herindeling. Ik werd destijds gebeld door Geurt Leppink, hij had het idee om een sportraad te combineren met Holten, die al wel een sportraad had. Wat ik daar wel belangrijk in vond was dat Holten een goede stem zou krijgen in die nieuwe sportraad voor Rijssen-Holten. Eigenlijk was het de bedoeling dat er twee periodes van vier jaar zouden komen en daarna, op voordracht van de sportverenigingen, nieuwe kandidaten en verkiezingen. Maar dat heeft in de praktijk nooit echt gewerkt. In 2014 ben ik zelf gestopt maar na een klein jaar werd ik gevraagd om als voorzitter terug te komen. Het moet nu wel een keer klaar zijn hoor! Het was een tijdje moeilijk om ook nieuwe mensen te vinden, maar gelukkig hebben we nu wel een paar nieuwe leden uit Holten waar ik heel blij mee ben. Sport en bewegen blijft belangrijk en is mede basis voor een gezond leven en er is altijd wel een agenda voor de sportraad. Mocht iemand dit nu lezen en denken: “ik wil wel voorzitter van de Sportraad worden”, bel me vooral!’
Heb je een mooi voorbeeld van een BuurtKracht-deal?
René: ‘We doen deze interviews ook om mensen aan het denken te zetten over wat ze zelf kunnen doen, in hun omgeving, om met ideeën te komen. Vervolgens proberen we dan met inwoners een deal te maken en op papier te zetten wat ze gaan doen, waar ondersteuning bij nodig is, en wat BuurtKracht levert qua communicatie of budget. Heb jij in het verleden weleens dat soort initiatieven voorbij zien komen waarvan je denkt dat het een BuurtKracht-deal had kunnen zijn?’
Theo: ‘Ja, ik was ooit betrokken bij het buurtfeest, hier in Plan Zuid. We kwamen met elkaar in contact, maar ik die tijd had ik natuurlijk al heel wat op mijn bordje. Ik heb dus de rol van penningmeester gepakt, maar inhoudelijk waren andere mensen aan zet. Op de dag zelf was ik er natuurlijk wel bij en ik vond dat ook best wel een mooi gebeuren. Op een gegeven moment kwam corona en toen heb ik gemerkt dat er energie verdween uit het geheel.
Ik heb het ook heel bewust wel laten gaan, ook omdat ik al zoveel had. Maar ik vind het wel jammer dat dat toen teloor is gegaan. Het had nog wel wat meer divers gekund, het was een bepaald deel uit de wijk wat ik daar zag. Of het ook in alle haarvaten van de wijk doordrong, dat vraag ik me wel af.’
René: ‘We zijn daar nu in de wijk ook bezig met de ontwikkeling van een buurt-kindcentrum, er komen daar ook twee collega’s die daar als buurtverbinder aan de slag gaan, om de wijk in te gaan de samenhorigheid op gang te helpen. Wat zou je hen willen meegeven?’
Theo: ‘Probeer vooral het volledige publiek te bereiken. Er zijn mensen die komen al naar je toe, er zijn mensen die komen naar je toe als je hen uitnodigt. Anderen komen helemaal niet, probeer het zo breed mogelijk te houden. Dat alles wat er is qua overtuigingen en culturen bereikt wordt en niet alleen een bepaald deel.’
Doe jij zelf iets aan BuurtKracht?
René: ‘Je doet natuurlijk veel als vrijwilliger, waar je ook over verteld hebt. Als je kijkt op echt kleine schaal, zoals je in begin benoemde dat buren hier hulp kwamen bieden, heb jij ook vergelijkbare situaties waar jij zelf ergens dat soort hulp aanbood?’
Theo: ‘Wel op kleine schaal, bijvoorbeeld als er iemand ziek is, dan zijn wij er ook, laat ik het zo zeggen. Maar als je nou vraagt ben je ook actief met buurtfeesten en dat soort dingen, nee dat niet.
En dat is geen onwil, maar dat heeft ook gewoon met tijd te maken. Je hebt natuurlijk ook nog een privé leven. We trekken ons niet terug, maar ik heb er ook geen hekel aan om lekker achter te huis te zitten!’
Wie zou je als volgende Noaber aan het woord willen laten?
Theo: ‘Ik zou het woord graag willen doorgeven aan Gerrit Wessels, hij is nauw betrokken bij het reilen en zeilen binnen de Oude Plus in Rijssen.