Noaber van Rijssen-Holten aan het woord

Marianne van den Noort

In deze serie ‘Noabers van Rijssen-Holten’ laten we de inwoners van onze gemeente aan het woord. Wat betekent ‘buurtkracht’ voor jou? En wat doe je zelf aan ‘buurtkracht’?

 

Op vrijdag 17 mei hebben René Hoveling (coördinator BuurtKracht) en Patricia van Erven (communicatie BuurtKracht) een interview gehad met Marianne van den Noort – Voortman. Zij heeft het woord gekregen namens Marinus Meijer. ‘Marianne is een hele leuke vrouw, ze doet veel vrijwilligerswerk en ik dacht opeens: haar moet ik hebben!’

Wie ben je en hoe lang ben je al inwoner van Rijssen-Holten?

‘Ik ben geboren in Rijssen, in de Spuitstraat. En ik kom uit een gezin van elf kinderen, en zelf heb ik drie kinderen en ook drie kleinkinderen. Gelukkig wonen die ook allemaal in Rijssen. Ik woon hier nu bijna twee jaar, daarvoor heb ik 42 jaar in een ander, groter huis gewoond, in Braakmanslanden.

 

René: ‘En is het nu heel anders wonen voor u, nu u in een appartement woont, qua contact met buren bijvoorbeeld?’

 

‘Ja, ik heb hier veel meer aanspraak. Je kon het net wel zien, ik had twee buurtjes daar staan dus dat is altijd even ‘hallo’ of even een praatje en vragen hoe het gaat. We staan voor elkaar klaar. Ik doe voor de buren hier naast ook van alles. Als de buurman bijvoorbeeld vuilnis buiten op de rollator heeft staan, dan neem ik dat even mee, dat is voor mij maar een kleine moeite.

 

René: ‘En zijn er veel oudere mensen die hier wonen, in dit complex?’

 

‘Ja, de meesten zijn wel ouder dan ik hoor! Ik ben hier bijna één van de jongste.

 

René: ‘En doen jullie als buren ook veel gezamenlijk, bijvoorbeeld koffie drinken?’

 

‘Dat doen we wel af en toen, maar dat doen we niet als verplichting. We vragen gewoon eens ‘heb je zin in een bakje koffie, kom maar langs!’. En is er een keer iemand ziek, dan gaan we er ook wel langs en houden we het even in de gaten.

 

Patricia: ‘Wat mooi dat dat hier gebeurt!’

 

‘Ja, het is hier echt een beetje een Noabershof, zeg maar. Dat is iets wat we ook van oudsher hebben meegekregen, je staat voor elkaar klaar. Dus dan weet je ook gewoon als er een keer iets is, dan zijn we er voor elkaar.

 

René: ‘En is dat dan heel anders dan dat het in Braakmanslanden was?’

 

‘Ja, daar woonde ieder voor zich hè. Ik kon met de buren wel heel goed, maar heel veel koffie drinken deden we niet met elkaar, dat is hier wel veel meer.

 

Patricia: ‘Maar hier zijn dan misschien ook de mensen wat meer alleen, dat je daardoor automatisch elkaar wat meer opzoekt?’

 

‘Ja zeker, er zijn veel alleenstaanden. Ik heb mijn schoonzusje hier ook dichtbij wonen dus dat is ook mooi. En ik doen zelf ook heel veel vrijwilligerswerk.

 

Patricia: ‘Zoiets hadden we al wel gehoord van Marinus ja!’

 

‘Daar vermaak ik me ook gewoon goed mee, want wat moet ik andere hele dagen hier thuis doen? Bij Eltheto help ik bij het koken voor de oude mensen en daar ken ik Marinus ook van. Dat is één keer in de week op de donderdag. En daarna ook een activiteit met de mensen, een spelletje doen of gezellig even kletsen. Dan ben ik er tot 20.00 uur en dan heb ik zelf ook nog meegegeten.

 

René: ‘En Marinus vertelde dat hij u tegenkwam bij het Repaircafé?’

 

‘Ja, dat klopt, maar ik ken hem eigenlijk via mijn zus, want daar komt hij uit de buurt. En vanwege het vrijwilligerswerk bij Eltheto kwam ik hem daar ook nog weleens tegen. En is er eens een feestje, dan zitten we ook meestal wel bij elkaar.’

Waar denk je aan bij het woord BuurtKracht?

‘Sowieso elkaar helpen, en dat doen wij hier sowieso. En naar elkaar omzien, als je elkaar een tijd niet meer hebt gezien dan even aan de bel trekken en even horen hoe het gaat. Dat doen wij ook hier.

 

René: ‘Mooi, en dat is ook waar het voor staat natuurlijk. Het zit in hele kleine dingen soms.’

Heb je een mooi voorbeeld van een BuurtKracht-deal?

‘De laatste jaren wordt er in de straat waar ik eerder woonde wel meer georganiseerd. En daar word ik ook nog steeds voor uitgenodigd. En ik kom hoor, ik vind dat wel leuk! De oude buurtjes nog een keer spreken, ik heb daar 42 jaar gewoond en dan heb je toch heel wat met elkaar. Hier op de galerij worden eigenlijk niet meer dat soort dingen georganiseerd.

 

René: ‘Hebben jullie hier nog een gezamenlijke ruimte, waar je eventueel kan zitten met z’n allen?’

 

‘Nee, dat hebben we helaas niet. Dat was misschien wel leuker geweest, dat je daar misschien even met elkaar koffie kunt drinken. Misschien dat er in de toekomst nog in zit, maar dan zal er wel heel veel verbouwd moeten worden.

 

René: ‘Ja, de volgende vraag is of u zelf ook wat doet aan BuurtKracht, maar daar heeft u al heel wat over verteld natuurlijk.’

 

Patricia: ‘Zeker, u bent wel een mooie inspiratiebron.’

 

‘Ja, en zo staat iedereen er hier wel in. Zo zei de buurman een keer dat hij wel een keer pannenkoeken wilde bakken. Dus ik zei tegen hem dat ik wel zou laten weten welke dag in dan ging bakken. Ik was toch aan het bakken, dus hij kon ook mee eten. Het zijn die kleine dingen die waardevol zijn. Maar ook een keer ramen schoonmaken, dat doe ik ook voor hen. Ik ben zelf nog goed te been, dus voor mij is dat een kleine moeite.

 

En je vroeg net nog over vrijwilligerswerk, bij Repaircafé help ik ook nog mee, als gastvrouw. Dus de mensen binnen laten komen, inschrijven, kapotte spullen aan de monteurs geven. Dat doe ik nu een jaar of drie, vier. Er was toen daar een vrouw actief die op haar kleinkinderen wilde gaan passen en die vroeg of ik dat niet wilde overnemen. Ik zei: dat wil ik wel proberen. En ik vond het heel leuk om te doen. We hebben eerst in de Oude Plus gezeten en van daar zijn we nu naar de andere plek bij de energiewinkel gegaan. Samen met mijn oudste broer, die is ook actief bij het Repaircafé en die heeft me toen ook gevraagd of ik erbij wilde helpen. En sindsdien ben ik er altijd bij, en dat is één keer in de maand. En dat is dan de hele dag van 09.00 tot 16.30 uur. En in de even weken hebben we een aantal mannen er zitten van de energie, en die nemen soms ook de dingen aan die gerepareerd moeten worden. Dus dat is een mooie samenwerking.

En dan help ik nog mee bij de kledingbank, in de Oude Plus.’

 

Patricia: ‘Dat is natuurlijk ook heel leuk denk ik.’

 

‘Dat is ook heel leuk, en dat doen we met een heel team. En dan is het kleren uitzoeken, inhangen, mensen helpen, en bij de kassa helpen. Twee keer in de week is de kledingbank geopend, één keer voor de statushouders en mensen via de gemeente, en op zaterdag verkopen we ook kleding, voor iedereen. En dat is van 10 tot 12.

 

René: ‘En jullie krijgen volgens mij veel kleding aangeleverd hè?’

 

‘Ja heel veel! En we zijn met een heel team van dames, dus dat is super gezellig. En dan soms ook een uitje, met de dames onderling. En we snappen elkaar ook in alles. Je vindt het zelfs vervelend als je een keer niet kan. En dan heb ik de week ook wel vol, alleen op vrijdag ben ik bij huis. Dan kan ik ook even boodschappen doen en heb ik lekker tijd voor mezelf. En dan moet je ook wel hebben, anders is het teveel. Want ik wil ook nog oppassen op de kleinkinderen.’

Wie zou je als volgende Noaber aan het woord willen laten?

‘Aan mijn broer! Want die wordt ook tachtig, dus ik dacht dan geef ik het woord aan hem door.

Ik heb het ook niet overlegd met hem, ik denk ook dat hij daar geen moeite mee heeft!’